Het is een beetje een vreemde locatie; een bunker midden in het duin ergens tussen Scheveningen en Kijkduin. De omgeving is prachtig met op de duintoppen uitzicht op zee maar de bunker zelf is zoals je dat van een bunker verwacht. Veel beton, prikkeldraad en ijzer. Toch kom ik hier al weer drie jaar met veel plezier. Ieder jaar broed hier een koppel torenvalken en wanneer ze zijn uitgevlogen gebruiken ze de bunker als tijdthuisbasis tot het moment dat ze verder de wijde wereld in trekken. De titel van deze blog ‘oude liefde roest niet’ is niet uit de lucht gegrepen. Meer dan tien jaar geleden of zo hing ik samen met wat liefhebbers en de brandweer een kast op in het havengebied waar toen ook al torenvalken broedde. Het is dan ook zeker niet ondenkelijk dat het koppel op de bunker in het duin nazaten zijn van de vogels uit de haven
Jonge torenvalken zijn eigenlijk gewoon altijd leuk. Ze kunnen nog niet zelfstandig jagen en zijn nog volledig afhankelijk van hun ouders. De ouders brengen prooidieren aan (muizen, zandhagedissen of soms vogeltjes) maar doen dat in een steeds lagere frequentie teneinde ze te stimuleren zelf te gaan jagen. Althans, dat is de theorie. En wanneer zo’n ouder dan met een prooi aankomt begint het gekrijs en is het binnen een paar seconde ook weer voorbij ook. Eén van de jongen gaat er met de prooi vandoor en eet deze zo snel als mogelijk op. Blijft een aparte ervaring om te zien.