Altijd zag ik foto’s van ze voorbij komen maar ik had zelf nooit echt geprobeerd. Springstaartjes oftewel Collembola dus. Kleine wezentjes die zich ophouden tussen rottend blad. En dan is klein is een understatement. De diertjes zijn tussen de 1 a 2 millimeter en, hoe verrassend ook, springen weg als het te heet wordt onder hun springstaartje. Die sprong is niet ver, centimeter of 6 of zo, en ogenschijnlijk ongecontroleerd maar goed genoeg om gewoon te verdwijnen vlak voor je ogen. Het ene moment zie je hem (of haar) en het volgende moment is het diertje verdwenen. 

De spulletjes die ik gebruik zijn eigen vrij simpel. Mijn 1:1 Sigma 105 2.8 macro lens, mijn Nikon D500 en een viertal tussenringen. En daarmee lukt het aardig. Maar het meest belangrijke attribuut in dit hele verhaal is misschien wel mijn trekpleister leesbrilletje. Mocht je nog in de ontkenningsfase zitten, bij springstaartjes is het een gegeven; zonder leesbrilletje geen glorie. Echt niet gewoon. 

Iedereen zal zo zijn methode hebben. De mijne is redelijk simpel. Springstaartjes zitten werkelijk overal, of beter gezegd kunnen overal zitten. Is er rottend blad dan kun je er springstaartjes in aantreffen. Niet overal, niet elk blad, maar je gaat ze zeker vinden. De aanhouder wint. En zo zitten ze dus ook volop in mijn tuin en de aangrenzende tuinen achter mijn huis. Ik hoef er slechts een paar meter voor te lopen. 

Nu zou ik op mijn buik languit in de tuin kunnen gaan liggen maar ik heb een andere manier ontwikkeld. Ik heb een grote curverbox welke ik (snel) vul met rottende bladeren uit mijn tuin. Gewoon een paar flinke handen bladeren. Op de tuintafel heb ik een grote platte schaal tot aan de rand gevuld met water. In deze schaal met water heb ik vooraf bladeren gedeponeerd. Verschillend in formaat en kleur. Deze bladeren zijn min of meer ‘gezonken’ met kleine stukjes aan het oppervlak waardoor er kleine eilandjes ontstaan.

En dan komt hier mijn trekpleister leesbrilletje in het spel. Gewapend met dat ding en met die grote plastic curverbox op mijn schoot ga ik tussen de vergaarde bladeren op zoek naar springstaartjes. Het zal je verrassen wat je allemaal tussen die bladeren gaat aantreffen. Er kruipt werkelijk van alles tussen uit wat ook weer mogelijkheden bied. Soms gaat het snel en soms ook niet maar uiteindelijk ga je springstaartjes vinden. Er zijn twee soorten, langwerpige en bolvormige. De bolvormige zijn verreweg het leukst, tenminste dat vind ik dan. 

Eenmaal gevonden begint het spel en wordt je geduld op de proef gesteld. Ik probeer namelijk het blad waar het diertje op zit te pakken en in mijn schaal met water te leggen. Soms lukt dan in een keer maar meestal ook niet. Geduld, geduld en nog veel meer geduld. Uiteindelijk gaat het lukken.

Als het diertje al dan niet met blad en al in de schaal is beland is het zaak snel foto’s te maken. Ze hebben een hekel aan licht en het wateroppervlak is niet echt een barrière voor ze. Ze zijn zo klein en licht dat ze gewoon kunnen springen op het water. Het is dus echt zaak alles klaar te hebben alvorens je ze in de schaal plaatst.

De instellingen van je camera zul je zelf een beetje naar moeten zoeken. Het meest belangrijkste is misschien wel de manual focus stand van je lens/camera. Auto focus gaat hier niet werken. Manual focus is de enige oplossing. Je kan aan de ring op de lens draaien om het scherp te krijgen maar persoonlijk geef ik de voorkeur aan het heen en weer bewegen teneinde een scherp beeld te krijgen. 

Ik fotografeer tegen het licht in met een ver open diafragma (f2.8) zodat de oppervlakte in de schaal een surrealistische omgeving wordt. Door de verschillende kleuren bladeren in de schaal krijg ik uiteenlopende achtergronden.

Zoals gezegd, geduld en nog eens geduld maar het moet je uiteindelijk lukken.

Langwerpige springstaartjes:

Bolvormig springstaartje:

Springstaartjes zijn voor mij een mooi en ‘snel’ onderwerp. Ik hoef er niet kilometers voor te lopen, gewoon in mijn eigen tuin, en omdat het bij mijn huis is kan ik een soort van definitieve set-up maken en experimenteren. 

En soms, soms heb je gewoon enorm veel geluk. Bij de bewerking kwam ik tot de ontdekking dat er voor het springstaartje nog een ander springstaartje stond alleen tien keer kleiner. Ik kan niet eens bevatten hoe klein dit diertje geweest moet zijn. Een paar tiende van een millimeter maximaal,

Hoe je het ook doet en benaderd, het blijft een zeer leuke bezigheid. Zeker ook in tijden wanneer er verder buiten weinig te zien valt. Ze zijn er immers praktisch altijd die hele kleine springstaartjes. 

Externe bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Springtai`l

Wim Vooijs: https://www.boeksz.com/verbeelding-wim-vooijs

Determinatie: http://www.janvanduinen.nl/sleutel/springstaart001.php

Zie ook: https://www.koetze.net/macro-of-micro/

 

 

Hoewel springstaartjes mijn absolute aandacht hebben is het toch wel slim om ook even te kijken wat er nog meer in die compostlaag rondkruipt. De bijvangsten, om ze zo maar even gemakshalve te noemen, zijn dermate fotogeniek dat dit hele mooie resultaten kan opleveren.

2 Replies to “Springstaartjes”

  1. Wat een leuke blog. Leuk te lezen hoe je het hebt aangepakt. En dan je foto’s. Ik vind ze geweldig, want die springstaartjes zijn echt zo ontzettend klein, dat ik ze met mijn panasonic Lumix niet eens kan fotograferen.
    dus geniet ik maar van jouw foto’s.
    groetjes Ghita

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

8 − six =